Toetsingscriteria Starrenburg III

Invulling van Starrenburg III/OGLV-commissie Planologie

In dit overzicht is gebruik gemaakt van het Ontwikkelingsdocument Starrenburg III (college B&W, 9 mei 2018), het daarin opgenomen Beleidskader Duurzame Stedenbouw en de drie thema’s van de Vereniging tot Behoud van Oud, Groen en Leefbaar Voorschoten (OGLV).

Doel van de uitwerking van Starrenburg III is een toekomstbestendige, veilige, natuur-ondersteunende en minst milieubelastende wijk, menen wij.

Per OGLV-thema wordt ten eerste aangegeven wat in de documenten (afkomstig van de gemeente Voorschoten ) is opgemerkt, in algemene zin.

Vervolgens wordt meer concreet aangegeven wat uit de vaak toch wat abstracte begrippen voor het uitwerkingsplan en voor ons van belang kan zijn. Voor zover er aanknopingspunten zijn met de intenties van OGLV en voor zover in de genoemde stukken vermeld.

Aanvullend is in cursief een enkele maal een eigen invulling vermeld.

Oud

  • Rekening houden met de binnen het grondgebied aanwezige of te verwachten cultuurhistorische waarden onder en boven de grond.
  • Het plangebied is gelegen in een zone met hoge archeologische verwachting (categorie 3). Met de beoogde inrichting van het gebied worden de aanwezige of te verwachten archeologische waarden bedreigd.
  • Archeologisch onderzoek  daarom noodzakelijk.

Wat is van belang?

  • De zone waar archeologische waarde wordt verwacht loopt diagonaal door het plangebied en langs de Vliet (kanaal van Corbulo).   
  • Het gebied niet op voorhand vrij geven dan na gedegen onderzoek naar archeologische waarden.
  • Archeologische vondsten in situ of ex situ behouden. Kan gevolgen hebben voor de nieuwbouw.
  • Cultuurhistorische waarden zijn uitgangspunt. Dat zijn: de monumentale boerderij, met rondom liggende sloten en erfbeplanting (2), het toegangspad naar de boerderij, de waterlopen tussen de boerderij en de Eikenlaan en de historische waterlopen ter weerzijde van het plangebied.
  • Het plangebied omvat een hoger gelegen strandwal, evenwijdig aan de Veurseweg (7) en het lager gelegen polderdeel met een parallelle verkavelingsstructuur haaks op de Vliet. (8)  Beide delen hebben hierdoor een eigen identiteit door richting, hoogte, waterhuishouding en beplanting.
  • De vormgeving van de wijk wordt hierdoor mede bepaald.
  • (Waarom blijft de gemeente hier zo vaag; nog uitwerken?)

Groen

  • De omranding van Starrenburg III is onderdeel van de hoofdgroenstructuur. (9)
  • De groene zoom ter hoogte van Starrenburg III laten aansluiten, rekening houdend met de bestaande bebouwing,  op de groene zoom aan de Rosenburgherlaan (1).
  • Groen draagt bij aan natuurontwikkeling. Bijv. Bloemrijke bermen, besdragende struiken, nestelgelegenheid
  • Ondersteuning cultuurhistorische waarden en recreatief gebruik.
  • Netwerk van groene elementen; groen/water dooradering.
  • De gemeente kan, tijdens het ontwerpproces, nog sturen op de kwantiteit en kwaliteit van het groen.

Wat is van belang?

  • Een overgangszone tussen de nieuwe wijk en de Duivenvoordecorridor, die uitdrukkelijk niet ten koste mag gaan van de Duivenvoordecorridor zelf. (6)
  • Wijkgroen wordt met name gevormd door een centraal groengebied nabij de boerderij (2) en het groen aan de Vliet (3) en het weiland (4).
  • In de groenzone bij de Vliet een openbare recreatieve route. De groenzone vormt een verbinding tussen de Vliet en de Veurse weg. Dit biedt kansen om de relatie van Voorschoten met de Vliet te versterken.
  • Oevers worden aan de Vliet en het weiland niet afgesloten door aangrenzende eigendommen.
  • De breedte van de openbare groenzone bedraagt minimaal 15 meter vanuit de bovensteek van de sloot (langs weiland ?)
  • Boomnorm van 0,9 per inwoner. Groennorm 15-25% van het plangebied.
  • Zoveel mogelijk beplanting met inheemse soorten en gelet  op de bodemgesteldheid.

Leefbaar

  • Er zal meer rekening worden gehouden met hoogwater in de rivieren, versnelde stijging van de waterspiegel en wateroverlast. Dat betekent het water meer ruimte geven. Zeker geen vermindering van de capaciteit door bouw- en infrastructuurprojecten. Water-robuuste ruimtelijke (her)inrichting. Kernpunt, dat is bij Starrenburg II niet goed gegaan, wordt geconstateerd.
  • Maatregelen ter vermindering van bodemdaling in de tijd.
  • Er zijn geen aanwijzingen gegeven voor overlast van specifieke geluidsbronnen en luchtverontreiniging. Wel mogelijk overlast van A4 ?.
  • Verkeers- en sociale veiligheid.
  • Bijdragen aan algemene leefbaarheid door beperking CO₂-uitstoot.
  • Beperken energiegebruik uit milieubelastende bronnen of met milieubelastend gevolg
  • Ruimtelijke mogelijkheden voor buurtinitiatieven.

Wat is van belang?

  • Robuust watersysteem, o.a. door het ruimtelijk bundelen van groen en water en het aanleggen van ringvormige watergangen. Rekening houden met KNMI scenario  2014 (?).
  • Zoveel mogelijk beperken van de verharding, zorgen voor voldoende oppervlaktewater. Regelgeving Hoogheemraadschap Rijnland.
  • Watercompensatie binnen het project. Helder en duidelijk moet naar voren komen waar en hoeveel wordt gecompenseerd. Het ontwerp dient tenminste te voldoen aan de meest recente CUR publicatie A570.07 “Ontwatering in stedelijk gebied”. Voorkomen met maatregelen, dat de grond erg zakt.
  • Groen en water situeren op de meest zettingsgevoelige gronden: bij de Vliet.
  • Verplaatsen gemaal naar Vliet. Verbinding Starrenburg II-Starrenburg III. Geen overstort in het plangebied.
  • Zicht op groen vanuit de woningen.
  • In het gebied maximumsnelheid 30km/u. Prioriteit bij voetganger en fietser.
  • Sluitend fietspadennet.
  • Voorrang fiets en voetganger op autoverkeer, vermijden conflictrijke situaties.
  • 100% van de adressen op max. 500 m van een OV-halte.
  • OV-halte in het gebied  (Lijn 5) . Ook verbinding voet- en fiets naar halte lijn 45 aan Veurseweg en rechtstreekse fietsroute richting Leidschendam  (5).

Sociale controle door zicht vanuit woningen op openbare ruimten.