Uitspraak Raad van State inzake Roosenhorst

In onderstaande brief informeert Stan Dessens de organisaties die het beroep mede ondertekend hebben. Klik hier voor de volledige tekst van de uitspraak.

Corridorgenoten,

Onverwacht snel is de uitspraak van de Raad van State gekomen inzake het bestemmingsplan Roosenhorst. Eerder hadden ze uitstel met zes weken aangekondigd, maar dat zijn er maar ruim twee geworden.
Laat ik beginnen met mede te delen dat wij in alle standen in het ongelijk zijn gesteld.De tuinder, die mede beroep heeft aangetekend, is op twee punten in het gelijk gesteld, maar die punten zijn makkelijk te repareren dus mijn conclusie is dat het bouwen van de woningen op Roosenhorst gaat plaats vinden met een bebouwd oppervlak van 4000 m².

In de reactie naar de pers (Anita Kroft van het Leidsch Dagblad) is mijn eerste uitspraak geweest: Roma locuta, causa finita. De uitspraak van de Raad van State is in hoogste instantie genomen en daarmee en daarna is de zaak afgedaan. Dat neemt niet weg dat wij toch een paar vraagtekens zetten bij die uitspraak, niet om gelijk hebberig of gefrustreerd over te komen, maar omdat wij de Raad van State niet goed kunnen volgen in zijn afweging en de afweging soms ook feitelijk onjuist is.

Voorbeeld:
In paragraaf 4.2 laatste volle alinea betoogt de Raad van State: ‘Uit het vorenstaande blijkt dat het doel is van de opbrengst van de ‘rode functies’ wordt ingezet ter verbetering de ruimtelijke kwaliteit van de Duivenvoordecooridor. Gelet hierop liggen aan het plan ruimtelijke overwegingen ten grondslag en ziet de Afdeling derhalve geen grond voor het oordeel dat hieraan louter financiële motieven ten grondslag liggen’. Nu staat vast dat de enige reden voor het verhogen van het bouwvolume van 2000 m² naar 4000 m² het financiële tekort van de gemeente was en de opbrengst van de verkoop gewoon de kas van de gemeente instroomt. Dus waar zijn die ruimtelijke overwegingen? Als de opbrengst louter in de gemeentekas terecht komt, welke opbrengst komt dan ten goede van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Duivenvoordecorridor?

Ander voorbeeld:
In paragraaf 6 laatste zin wordt betoogd: ‘De afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in strijd met de eisen van zorgvuldigheid of deugdelijke motivering heeft gehandeld door de wijze waarop rekening is gehouden met de door OGLV aangedragen bezwaren en alternatieven’. Tegen OGLV heeft de gemeente betoogd dat er op het terrein van het Arsenaal (gemeentelijk eigendom) niet gebouwd kon worden omdat dat in eerste instantie ‘groen’ moest blijven en in tweede instantie door de gemeente -mogelijk op onze instigatie- is betrokken in de woningbouwontwikkleing op het terrein Segaar/Arsenaal. Dat is gebeurd voor diverse door ons aangedragen alternatieven. Dat komt er op neer dat de alternatieven onder het mom van ‘wordt al betrokken’ terzijde worden geschoven, terwijl dat op het moment van indiening van onze alternatieven nog niet het geval was.

Nog een ander voorbeeld:
In paragraaf 7.2 staat: ‘De raad heeft voorts toegelicht dat de woningbouwlocaties die nog niet zijn opgenomen in een ontwerpbestemmingsplan of een vastgesteld bestemmingsplan -de zachte plancapaciteit- nog onvoldoende concreet zijn, nu niet vaststaat dat die bouw daadwerkelijk zal worden gerealiseerd’. Dat terwijl het bij voorbeeld van algemene bekendheid is dat de gemeente Leidschendam-Voorburg wel enige honderden huizen móet realiseren in haar deel van de Duivenvoordecorridor om vergelijkbare redenen als de gemeente Voorschoten heeft voor Roosenhorst.

Dat wast allemaal niet weg dat het bouwen op Roosenhorst door zal gaan, min of meer zoals de gemeente zich heeft voorgenomen en dat is niet goed voor de Duivenvoordecorridor.

Wij hebben een zienswijze ingediend t.a.v. het ontwerpbestemmingsplan Noortveer en zullen ons op dit dossier onverminderd strijdbaar opstellen. Overigens hebben we al eerder overwogen dat een beroep hier minder in de rede ligt, omdat het in het bestaande bestemmingsplan vastgelegde bouwvolume gehandhaafd blijft. Het gaat hier dus om de wijze van inpassing van het bouwvolume en niet om het volume als zodanig.

Dat alles met vriendelijke groet en onderliggend gevoel van teleurstelling.

Stan Dessens